Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Meer informatie.

Aanpak

Op basis van het resultaat van de inventariserende fase wordt bekeken welke gevolgen dit heeft of zou moeten hebben voor de beschikbare beleidsruimte binnen de gemeente en op welke wijze invulling gegeven kan worden aan samenhang en meekoppelkansen.

Deze fase bestaat uit twee onderdelen, die gedeeltelijk parallel aan elkaar uitgewerkt worden:

  1. Een inventarisatie van het beleid per deelgebied (‘wie wil wat?’). Hierbij voeren we gesprekken met de partners van de parallelle sporen.
  2. Het per deelgebied in kaart brengen van de wensen voor ontwikkelingen c.q. welk toekomstperspectief de eigenaren van de locaties hebben. Hierbij verzamelen we diverse gegevens per bedrijf, zoals de vergunningen (locatiepaspoort). Op basis daarvan gaan we bij meerdere ondernemers het gesprek aan over hun toekomstperspectief.  Besproken wordt of er nog agrarische activiteiten plaatsvinden, of deze activiteiten inmiddels zijn gestopt en of er eventueel andere (niet-agrarische) activiteiten plaatsvinden. Daarnaast zijn we op zoek naar antwoorden op de vraag welke ideeën, behoeften en wensen er leven in het buitengebied en op welke wijze wij daar zo goed mogelijk op kunnen inspelen.

Er is vooral behoefte is aan een samenhangend document voor het buitengebied, waarin de koers wordt samengebracht.  

Het gaat dan enerzijds om samenhang met allerlei trajecten van andere overheden, de parallelle sporen.  Anderzijds willen we de koers niet alleen beleidsmatig bepalen, maar we willen ook weten waar bij de inwoners van het buitengebied behoefte aan is.

Daarom is de aanpak opgebouwd uit een inventariserende fase en een fase uitwerken programma.

Inventariserende fase

Fase uitwerken programma

Aanpak

Er is vooral behoefte is aan een samenhangend document voor het buitengebied, waarin de koers wordt samengebracht.  

Het gaat dan enerzijds om samenhang met allerlei trajecten van andere overheden, de parallelle sporen.  Anderzijds willen we de koers niet alleen beleidsmatig bepalen, maar we willen ook weten waar bij de inwoners van het buitengebied behoefte aan is.

Daarom is de aanpak opgebouwd uit een inventariserende fase en een fase uitwerken programma.

Inventariserende fase

Deze fase bestaat uit twee onderdelen, die gedeeltelijk parallel aan elkaar uitgewerkt worden:

  1. Een inventarisatie van het beleid per deelgebied (‘wie wil wat?’). Hierbij voeren we gesprekken met de partners van de parallelle sporen.
  2. Het per deelgebied in kaart brengen van de wensen voor ontwikkelingen c.q. welk toekomstperspectief de eigenaren van de locaties hebben. Hierbij verzamelen we diverse gegevens per bedrijf, zoals de vergunningen (locatiepaspoort). Op basis daarvan gaan we bij meerdere ondernemers het gesprek aan over hun toekomstperspectief.  Besproken wordt of er nog agrarische activiteiten plaatsvinden, of deze activiteiten inmiddels zijn gestopt en of er eventueel andere (niet-agrarische) activiteiten plaatsvinden. Daarnaast zijn we op zoek naar antwoorden op de vraag welke ideeën, behoeften en wensen er leven in het buitengebied en op welke wijze wij daar zo goed mogelijk op kunnen inspelen.

Fase uitwerken programma

Op basis van het resultaat van de inventariserende fase wordt bekeken welke gevolgen dit heeft of zou moeten hebben voor de beschikbare beleidsruimte binnen de gemeente en op welke wijze invulling gegeven kan worden aan samenhang en meekoppelkansen.